Alle berichten van Joris de Heer

Accreditatiepunten SKJ kwaliteitsregister jeugd toegekend

Trots! Kwaliteit staat altijd bovenaan bij Croan. Dat zeggen we niet alleen, maar dat laten we ook beoordelen door kwaliteitsregister SKJ. Deze heeft nu ook de training ‘Omgaan met conflictscheiding’ voorzien van accreditatiepunten.

Dank aan alle trainers, acteurs en ervaringsdeskundigen die zich elke dag weer inzetten om deelnemers verder te helpen!

Andere trainingen die door het SKJ zijn geaccrediteerd:

  • Omgaan met suïcidaliteit
  • Systeemgericht werken
  • Omgaan met Licht Verstandelijke Beperking (LVB)
  • Co-morbiditeit: psychiatrie en verslaving
  • Omgaan met ouders met een psychiatrische stoornis
  • Motiverende Gespreksvoering (MGV)
  • Omgaan met conflictscheidingen

Meer weten of vragen over een nog niet geaccrediteerde training? Neem contact op om de mogelijkheden te bespreken!

team croan

Triple problematiek: Naar schatting heeft zo’n dertig tot veertig procent van de cliënten in de ggz en de verslavingszorg een licht verstandelijke beperking.

Mensen met een licht verstandelijke beperking vormen een risicogroep voor verslavings- én psychische problematiek, zegt Neomi van Duijvenbode, gespecialiseerd in mensen met deze zogeheten triple problematiek. Haar advies aan hulpverleners: ‘Kijk over je eigen sector heen. Deze mensen passen in alle hokjes. We zullen het samen moeten doen.’  

Zeker in een maatschappij die veel van mensen vraagt, zijn mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) kwetsbaar. Voor misbruik, en ook voor middelengebruik en psychische problemen.

Risicofactoren

‘We weten dat bijvoorbeeld een lage opleiding, vroegtijdig schoolverlaten, een laag inkomen en een beperkt sociaal netwerk risicofactoren zijn voor het ontwikkelen van een verslaving en/of psychische stoornis. En bij mensen met een lvb komen deze factoren meer voor’, zegt Neomi van Duijvenbode, psycholoog en senior onderzoeker bij het Centrum Verslaving en LVB van Tactus Verslavingszorg. ‘Daarnaast zijn er ook risicofactoren die samenhangen met de verstandelijke beperking zelf, zoals gebrekkige oplossingsvaardigheden bij problemen, stress of spanning. Of moeite om oorzaak en gevolg aan elkaar te koppelen en de consequenties van gedrag te overzien. Als je bijvoorbeeld het grieperige gevoel op maandagochtend niet koppelt aan je alcoholgebruik van zondagavond, zal dat dus ook niet remmend werken.’

Forse groep

Aandacht voor mensen met én een licht verstandelijke beperking, én verslavingsproblematiek én psychische problematiek is er nog maar sinds een aantal jaar, weet Van Duijvenbode. Toch gaat het niet om een kleine groep. Integendeel. ‘Naar schatting heeft zo’n dertig tot veertig procent van de cliënten in de ggz en de verslavingszorg een licht verstandelijke beperking. Dan heb je het dus over een forse groep.’ Ze verwacht bovendien dat de groep mensen met triple problematiek de komende jaren alleen maar zal groeien als gevolg van ambulantisering van de ggz en de participatiesamenleving ‘die veel van mensen vraagt.’

Blinde vlekken

Dat er toch maar weinig aandacht voor deze groep is, heeft volgens Van Duijvenbode veel te maken met de opdeling van de zorg in verschillende expertises: ggz, verstandelijk gehandicaptenzorg en verslavingszorg met elk ook hun eigen bril en eigen blinde vlekken waardoor problemen niet altijd worden (h)erkend. Van Duijvenbode geef het voorbeeld van iemand die niet op komt dagen op zijn afspraak. Vanuit een ggz- of verslavingsbril zie je wellicht een gebrek aan interesse of motivatie, maar een hulpverlener die kijkt met een lvb-bril ziet wellicht dat iemand het (te) spannend vindt om in zijn eentje naar een afspraak te komen. ‘Of misschien iemand die niet kan lezen of klokkijken, of niet zelfstandig met het openbaar vervoer kan reizen.’

Lastig

Het gevolg van zo’n beperkte blik is niet alleen dat problemen over het hoofd worden gezien of verkeerd worden geïnterpreteerd, maar ook dat mensen met triple problematiek het risico lopen tussen wal en schip terecht te komen. ‘Het is ook een lastige doelgroep’, zegt Van Duijvenbode. ‘En heel divers. Het gaat van een jongere met een psychose in een beschermde woonvorm die cannabis gebruikt, tot een dakloze die verslaafd is aan heroïne, tot iemand met een zware depressie en fors alcoholgebruik in een 24-uursinstelling. En vaak spelen ook nog sociaal-maatschappelijke problemen als schulden, dak- en thuisloosheid, contacten met politie en justitie. Wat pak je dan als eerste aan? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven.’ Maar een advies heeft ze wel: ‘Zet eens een andere bril op. Oftewel: probeer een bredere, en meer onderzoekende, blik, te ontwikkelen. Daar kan je jezelf in trainen en (bij)scholen.’

Geruststellend

Inmiddels zijn er volgens Van Duijvenbode genoeg ‘bouwstenen’ om mee aan de slag te gaan. ‘Zowel vanuit de wetenschap als vanuit de praktijk is er de afgelopen jaren veel over geschreven en ontwikkeld, zoals behandelmethodieken en cursussen. We zijn de fase van de kinderschoenen echt voorbij.’ Van Duijvenbode schreef zelf, samen met Joanneke van der Nagel en Robert Didden, het Praktijkboek triple problematiek dat achtergrondinformatie, tips en handvatten bevat voor de begeleiding en behandeling van mensen met triple problematiek. Haar boodschap is een geruststellende: ‘Het is minder spannend of moeilijk dan veel hulpverleners denken. Het vraagt wat zoeken en wat aanpassingen om aan te sluiten bij wat een cliënt (aan)kan, maar jullie kunnen dit.’

Alle hokjes

En haar belangrijkste boodschap is: je hoeft het niet alleen te doen. ‘Maak gebruik van elkaars expertise. Nu worden deze mensen nog vaak als een hete aardappel doorgeschoven vanuit de gedachte: “hij/zij past niet bij ons”, of “dit kunnen we niet.” Maar deze mensen passen in alle hokjes, dus we zullen het samen moeten doen, het is een gedeelde verantwoordelijkheid.’ Een mooi voorbeeld hiervan vindt Van Duijvenbode de FACT-methodiek, waarbij begeleiding en behandeling in multidisciplinaire teams wordt vormgegeven en er sectoroverstijgend wordt gewerkt. ‘Ze behandelen mensen integraal met gebruikmaking van elkaars kennis en ervaring. Dat is wat nodig is bij triple problematiek.’

Bron: Zorgwelzijn

Training

Croan biedt trainingen ‘Triple Diagnose’. Wil je meer weten? Neem dan contact op voor een aanbod op maat.

Aantal mensen met psychische klachten neemt toe

Cliëntenorganisatie MIND presenteert de resultaten van het tweede onderzoek onder het ggz-panel. Een van de belangrijkste bevindingen is dat er sprake is van een toename van het aantal mensen met psychische klachten.

Bijna 65% van de mensen die al psychische klachten ervaarden vóór de uitbraak van het Corona- virus, zien hun klachten toenemen. Dit is meer dan in het eerste onderzoek dat MIND eind maart hield. Toen gaf de helft aan meer klachten te ervaren. Ook de meest genoemde klachten zijn veranderd: stress en spanning worden in het huidige onderzoek van eind april vaker genoemd dan angst en paniek in het onderzoek de maand ervoor. Wederom geeft een op de drie personen aan, niet te weten hoe ze de komende tijd moeten doorkomen.

Gezien de toename aan mensen met meer psychische klachten, pleit MIND ervoor dat de geestelijke gezondheidszorg zich voorbereidt op de extra hulpvraag van bestaande cliënten en de te verwachte toestroom van nieuwe cliënten. Het is noodzakelijk om te investeren en de capaciteit in de ggz te vergroten

Ontevreden over zorg

Ten opzichte van het onderzoek in maart, is bij een groter deel wel een vorm van hulpverlening op gang gekomen. Van 60% de vorige keer, geeft In het huidige onderzoek 23% van cliënten aan geen hulp te ontvangen. De dagbesteding is bij 80% van de cliënten ten tijde van de uitvraag van eind april nog steeds niet gestart. Bij het overgaan naar aangepaste vormen van hulpverlening, kreeg slechts de helft van de cliënten inspraak in de vorm. Het zogeheten shared decision making waar MIND in haar vorige nieuwsbericht voor pleitte en dat ook in de richtlijnen Corona en ggz is opgenomen, wordt onvoldoende toegepast. Dit blijkt van grote invloed op de tevredenheid van cliënten over de hulpverlening.

Beeldbellen geen vervanging van face-to-face behandeling

Zowel cliënten als naasten vinden bijna alle alternatieve werkwijzen zoals beeldbellen, whatsapp of schriftelijk contact minder goed dan de zorg die er voorheen was. Een op de drie vindt dat ze niet voldoende alternatieven krijgen voor het wegvallen van zorg. De hulpverlening in de buitenlucht vinden de meeste cliënten daarentegen wel een verbetering.

MIND pleit ervoor dat ook in de toekomst hulpverleners in overleg gaan met hun client over de vorm waarin de behandeling plaatsvindt. Automatisch overgaan naar eHealth en/of beeldbellen blijkt niet aan de behoefte te voldoen. Dit mag in geen geval de norm worden, ook omdat het effect van beeldbellen op de behandeling nog onbekend is.

Net als in het eerste onderzoek hebben de meeste respondenten wel veel waardering voor de hulpverleners. Meer dan de helft vindt dat zij er alles aan doen om zo goed mogelijk te helpen.

Zorg om naasten

MIND heeft in haar panel ook familie en naasten van mensen met psychische problemen bevraagd. Zij spelen een belangrijke rol in de zorg en begeleiding van cliënten. Nu contact met behandelaars in veel gevallen wegvalt, neemt dit belang toe. De druk die zij ervaren, is echter groot. Drie op de vier van hen geeft aan zich machteloos voelen en 86% maakt zich grote zorgen voor het welzijn van de client. Een op de vijf weet niet goed voor zichzelf te zorgen in deze periode. MIND pleit ervoor om oog te houden voor deze groep en ook hen te vragen welke hulp zij nodig hebben.

Bron: persbericht

Croan denkt graag mee over hoe de zorg beter kan. Of hoe je als begeleider/hulpverlener/leidinggevende nog beter aansluit bij de psychische klachten. Neem vrijblijvend contact op en we kijken naar wat het beste past.

WSD Boxtel 2019

Online trainingen beschikbaar

Na een paar weken ontwikkelen zijn we klaar voor de digitale classroom!
Voor de volgende trainingen hebben we nu een heel geschikt online programma.

Als kennismaking bieden we alle trainingen aan met 20% korting.  ‘Suïcidepreventie’ geen € 99, maar € 79, ‘Timemanagement’ en ‘SMART-schrijven’ geen € 297, maar € 237, vrij van BTW.
Inschrijven kan rechtstreeks bij wietske.de.jong@croan.nl
Indien van toepassing, graag doorsturen naar belangstellenden.

3 e-learnings voor de prijs van 1!

Wil je leren hoe je anderen nog beter kan beïnvloeden? Hoe je om kan gaan met die schreeuwende client of klant? Hoe je mensen met bijvoorbeeld faalangst of vasthoudend gedrag kan ondersteunen? Dit is je kans!

Vooruitlopend op wat komen gaat en om bedrijven door deze moeilijke tijd heen te helpen bieden we de volgende drie e-learnings aan voor de prijs van één.

  • Roos van Leary
  • Omgaan met agressie
  • Omgaan met psychische kwetsbaarheden

Wil je gebruik maken van dit aanbod neem dan contact op met wietske.de.jong@croan.nl of 040-3685068

Mocht je andere vragen hebben dan horen we het graag.

Corona: Voelt u ‘el kant’?

Ouderen met een Marokkaanse achtergrond verdwijnen in deze crisis makkelijk uit beeld. Moskee gesloten, kinderen op afstand, zelf vraagverlegen. ’Ze antwoorden in eerste instantie altijd ”Ja, ja, het gaat goed”.’

Foto: AdobeStock

Hanan Nhass, onderzoeker en projectleider bij Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS), deed samen met collega Joline Verloove in de maanden voor de corona-uitbraak onderzoek naar hoe Marokkaans-Nederlandse ouderen hun oude dag ervaren. Welke ervaringen hebben ze met eenzaamheid? Nhass sprak uitgebreid met twaalf ouderen, zes mannen, zes vrouwen. Al een prestatie op zich omdat deze groep vanwege de taalbarrière en de onbekendheid met onderzoek lastig te bereiken is. En ze sprak met professionals die werken met deze groep, onder wie een geestelijk verzorger en een coördinator mantelzorg.

Zorgdilemma

‘Deze ouderen linken eenzaamheid aan een eventuele zorgvraag. Wie zorgt er voor mij als ik dat nodig heb? Wie kijkt er dan naar mij om? Voor hen bereik je een dieptepunt van eenzaamheid als je niemand hebt die voor je kan zorgen, niemand die naar je omkijkt.’ Nhass legt uit dat bij deze groep een ‘zorgdilemma’ speelt. ‘Ze hebben van alle groepen ouderen met een migratie-achtergrond de hoogste verwachting van hun kinderen. Ze ervaren het als een schande wanneer ze naar een verpleeghuis moeten. Een vrouw uit ons onderzoek verklaarde zelfs te moeten huilen als ze hoorde van een oudere uit de gemeenschap die door zijn/haar kinderen naar een verpleeghuis werd gebracht. Het idee is toch dat kinderen je in de steek laten. Maar aan de andere kant beseffen ze goed dat Nederland een andere samenleving is dan degene waar ze vandaan kwamen. Dat geloof minder belangrijk is en ouderen geacht worden zelfredzaam te zijn.’

God

Bouwend op hun onderzoek schetst Nhass met voorbehoud, ‘ik heb niet gekeken naar de specifieke impact van deze crisis’, enkele gevolgen voor deze groep. Ze wijst bijvoorbeeld op de rol van religie. ‘Die kan maken dat ze wat meer ontspannen tegenover het virus en de maatregelen staan. Ze geloven dat hun leven in de handen van God ligt. Ze zijn wellicht minder angstig, maken zich minder zorgen over het contact met anderen.’

Afhankelijkheid

Nhass benadrukt de ‘grotere afhankelijkheid’ van kinderen. ‘De meeste ouderen die zijn geïnterviewd, hebben weinig variatie in hun informele netwerk. Dat legt, ook nu, meer druk op de ouder-kind relatie. Mannen hadden de moskee, misschien de markt. Vrouwen gingen wandelen, boodschappen doen en misschien naar dagbesteding. Dat is nu allemaal weggevallen. En kinderen zijn voorzichtig. Ook in deze groep komt de verpleegkundige niet meer bij de moeder die hartpatiënt en diabeet is.’

Digitaal

Het contact via de digitale wereld geldt volgens Nhass voor deze mensen als ‘onbevredigend’. De basale vaardigheden zijn er vaak wel, ‘er is zo bijvoorbeeld contact met familie in het land van herkomst’, maar echte nabijheid, fysiek contact, is voor deze groep essentieel. ‘Hartstikke leuk dat er filmpjes van kleinkinderen worden doorgestuurd, maar het is slechts een substituut.’

Schroom

Het onderzoek dat Nhass samen met Verloove deed, leerde haar dat eenzaamheid een taboe is onder ouderen met een Marokkaanse achtergrond. ‘Als je vraagt hoe het gaat, is het antwoord al snel “ja, ja, gaat heel goed”. Er is enerzijds veel dankbaarheid aan God, men heeft het gevoel niet te mogen klagen: we zien bij deze groep een duidelijk taboe op ondankbaarheid. Anderzijds vinden deze ouderen het lastig om over hun gevoelens te praten, omdat ze bang zijn “de vuile was buiten te hangen”. Juist kinderen, als mantelzorger, zijn voor professionals dan een belangrijk kanaal om ouderen goed te kunnen ondersteunen.’

Neerslachtigheid

Specifieke cultuur-sensitiviteit kan ontzettend helpen, denkt Nhass. ‘Hoewel er een taboe ligt op praten over eenzaamheid, is er in de Marokkaanse taal wel het woord “el kant” dat de geïnterviewde ouderen veelvuldig gebruiken. Met dit woord wordt verveling bedoeld, maar het kan ook neerslachtigheid betekenen, geestelijke nood. Je kunt het als een voorteken van depressiviteit zien. Je krijgt gemakkelijker contact met deze ouderen als je je gevoelig toont voor hun taal, voor hun manier van uitdrukken.’

Meer weten over dit onderzoek? Het rapport verschijnt op 30 april op de website van Kennisplatform Integratie & Samenleving.

Bron: Zorg en welzijn

Training Culturele sensitiviteit

Heb je te maken met werksituaties, waarin het contact tussen mensen uit verschillende culturen minder effectief verloopt? Hieraan kunnen diverse oorzaken ten grondslag liggen, waarin beide deelnemers in de ontmoeting een aandeel hebben. Een Training ‘Culturele sensitiviteit: normaal is altijd anders’ biedt uitkomst.

Kennis over diversiteit is een belangrijke voorwaarde om te begrijpen waarom het contact tussen mensen uit verschillende culturen minder effectief verloopt. Maar er is meer nodig voor succesvolle interculturele ontmoetingen. Het gaat ook om het vermogen om de ander te leren begrijpen en diens vertrouwen te winnen. Dit vraagt om een open houding en de vaardigheid om in situaties van diversiteit aansluiting bij de ander te vinden.

Het gaat bij interculturele competenties om het vermogen om tijdens ontmoetingen met studenten uit andere culturen de combinatie kennis, houding en vaardigheden effectief in te kunnen zetten ten einde een optimale dienstverlening te realiseren.

Doel van de training Culturele sensitiviteit
Doel van deze training Culturele diversiteit is dat deelnemers samenhangende aspecten van culturele diversiteit leren herkennen en hier succesvol op in kunnen spelen op het gebied van kennis, openheid en aanpassingsvermogen.

Haal het beste uit een training: even niets doen

Niets doen, je doet het zelden. Toch blijkt het hard nodig, zeggen professoren. Eens even ontspannen en je brein rusttijd gunnen, zorgt er namelijk voor dat je niet alleen informatie beter opslaat, het maakt je creatiever én je wordt minder snel depressief. Leg dus je smartphone neer, zet de tv uit en ontdek waarom dat zo is.

EVEN ONTSPANNEN BETEKENT NIET SCROLLEN OP JE TELEFOON OF NETFLIXEN…

Wanneer is de laatste keer dat jij werkelijk eens even niets deed? En néé, op je telefoon scrollen, een serietje Netflixen of een boek lezen telt niet. Zitten of liggen en je gedachte laten afdwalen – even niets doen, even ontspannen – dat bedoelen we.

Waarschijnlijk is dat dan toch een poos geleden, niet?

Volgens een aantal professoren is dat een kwalijke zaak. Het blijkt namelijk dat regelmatig even ontspannen ontzettend van belang is om die bovenkamer van je gesmeerd te houden.

Je hebt namelijk maar een bepaalde hoeveelheid aandacht en concentratie die jij dagelijks kunt besteden voordat deze opraakt.

En aangezien het grootste gedeelte van die concentratie opgaat aan werkgerelateerde zaken, is het maar al te verleidelijk om het restje dat overblijft, te besteden aan entertainende stimulans zoals Netflix, Facebook of een goed boek.

“Prima toch? Waarom zou ik niet mijn concentratie en aandacht besteden aan leuke dingen? Zolang ik het besteed aan interessante en informatieve zaken, is er toch niets aan de hand? — ik leer er misschien nog wat van.”

Een aantal brein-professoren zijn het hier niet mee eens:

Even ontspannen

EVEN ONTSPANNEN DOET DÉZE 3 DINGEN MET JOUW BREIN.

Volgens hen zul je namelijk eens wat vaker niets moeten doen — enkel zitten en nadenken. Waarom? Nou, het blijkt namelijk dat wanneer jij jouw brein eens wat vaker ‘rusttijd’ gunt, er een paar nuttige veranderingen optreden in je brein.

Welke dat zijn, leggen ze haarfijn uit:

1. Je brein slaat sneller informatie op wanneer je niets doet.

Allereerst legt Loren Frank – professor aan het Center for Integrative Neuroscience aan de universiteit van Californië – uit hoe een aantal minuten stilte per dag je brein helpt informatie beter te onthouden.

“Onderzoek wijst uit dat wanneer je nieuwe informatie tot je wil nemen, je het moet bestuderen en vervolgens je brein een rusttijd moet gunnen.”

Frank haalt hiervoor verschillende onderzoeken aan die keer op keer bewijzen dat mensen veel sneller en beter nieuwe informatie onthouden wanneer hun brein de tijd krijgt de informatie te analyseren en verwerken.

En om beter te begrijpen hoe dit precies werkt, testte hij het een en ander uit op ratten.

Uit de hersenscans bleek dat wanneer ratten de tijd kregen bij te komen na het rondlopen in een voor hen onbekend doolhof, hun brein automatisch de route herhaalde wanneer ze ‘pauze’ namen. Werden ze op een later moment opnieuw in het doolhof geplaatst, dan vonden de sneller de juiste route.

Kregen ze daarentegen niet de kans te rusten, dan kreeg hun brein niet de kans de route te ‘oefenen’. Deze ratten legde dan ook niet sneller het doolhof af.

Het menselijk brein werkt op precies dezelfde manier, zegt professor Frank.

“Net als bij de ratten heeft ook ons brein rusttijd nodig om zo nieuwe informatie permanent op te slaan in ons brein.”

En hoeveel tijd daar dan voor nodig is, verschilt volgens hem.

“We weten dat het brein redelijk snel kan ontspannen. Een paar minuten – zo’n vijf tot vijftien – zijn al genoeg om je leervermogen te doen verbeteren.”

Echter, deze tijd kan van persoon tot persoon verschillen en daarnaast speelt ook de moeilijkheidsgraad van de nieuwe informatie parten.

Even ontspannen

2. Niets doen helpt je brein dingen te verwerken.

Je brein rusttijd gunnen helpt daarnaast verschillende mentale processen op gang te komen, zegt Mary Hellen, Immordino-Yang, professor Educatie, Psychologie en Neurowetenschappen aan de universiteit van Zuid Californië:

“Een diepe, reflectieve staat waarin je kunt nadenken over jezelf, je identiteit en de zaken die om je heen gebeuren, vinden alleen plaats wanneer je niet bezig bent met een handeling.”

Zodra jij je brein constant bombardeert met nieuwe stimulans en informatie en het nooit eens rust gunt, vind je brein het lastig hier diepere betekenissen aan te koppelen. Hierdoor kun je jij je leeg voelen — of nog erger, depressief.

Immordino-Yang:

“Je kunt ervaren dat jij je leven niet onder controle hebt en dat alles langs je af gaat.”

Een vaker de tijd nemen om enkel te zitten, geeft je dus de kans gebeurtenissen te verwerken. Nodig, wanneer je een depressie wil voorkomen.

3. Niets doen helpt je brein creatiever te worden.

Ook Jonathan Schooler, professor Psychologie en Brein Wetenschappen aan de universiteit van California sluit zich hierbij aan. Volgens hem kan regelmatig je brein laten ontspannen je helpen je creatieve- en oplossingsgerichte skills te ontwikkelen.

“Ons onderzoek toont aan dat zo nu en dan je gedachten laten afdwalen, een bepaalde productiviteit aanwakkert in dit soort gebieden.”

Je brein kan op die manier eerder ‘om’ bepaalde obstakels heen denken, met als gevolg dat je wellicht op zo’n “a-ha!”-moment stuit. Echter, dit gebeurt alleen zodra jouw brein rusttijd krijgt.

Het is volgens hem dan ook ontzettend belangrijk om regelmatig eens niets te doen.

“Net als dat je een slaaptekort opbouwt wanneer je onvoldoende slaapt, bouwt ook je brein een tekort aan rust op wanneer je het nooit de kans geeft te ontspannen”

Hij geeft dan ook een aantal handige tips om daar voortaan op te letten:

BREIN EVEN ONTSPANNEN? VOLGENS PROFESSOR DOE JE DAT ZÓ:

“Ontzettend veel mensen vinden het lastig en zelfs stressvol om eens werkelijk niets te doen.”

zegt Schooler.

Zodra jij daar last van hebt, is volgens hem de oplossing om je eens bezig te houden met simpele en niet-veeleisende taken — taken die zo weinig mogelijk mentale en fysieke energie van je vragen.

Even ontspannen

Denk bijvoorbeeld aan activiteiten zoals een wandeling maken, de afwas doen of simpelweg de was vouwen — taken waarbij je handen misschien wel bezig zijn, maar je brein even rust krijgt.

Let er daarnaast op dat wanneer je jouw gedachten de kans geeft te laten afdwalen, je niet verstrikt raakt in het herkauwen van gedane zaken — dat betekent echter niet dat je deze gedachten volledig moet blokkeren.

Schooler:

“Het gaat om het vinden van een gezonde balans tussen bezig zijn in het nu en je gedachten laten afdwalen, waarbij je nadenkt over de wat er goed gaat in je leven en waar zich misschien obstakels bevinden”

Het is misschien lastig om in te schatten hoeveel tijd je hiervoor moet uittrekken.

Professor Immordino-Yang geeft aan dat wanneer je merkt dat het je moeite kost om je externe stimulans te verminderen, het een teken is dat je brein nog meer rusttijd nodig heeft.

“Het is niet fijn om te zitten en te denken, zegt ze. Je brein is het niet gewend, maar het toch gewoon doen, heeft ontzettend veel voordelen voor je welzijn.”

Professor Frank raadt aan om klein te beginnen – misschien 15 minuten, een wandeling tijdens je lunch, bijvoorbeeld.

“Het zal je wereld op zijn kop zetten.”

Even ontspannen

KORTOM, EVEN ONTSPANNEN — ONTZETTEND NUTTIG.

Heb je dus een momentje over, grijp dan niet direct naar je telefoon. Neem in plaats daarvan iedere dag een kwartier uit je kostbare tijd om even niets te doen. Super voor je brein, ontspannend voor jou.

Uiteindelijk zul je merken dat je niet alleen sneller en beter informatie kunt onthouden, je zit beter in je vel én komt sneller tot nieuwe en creatieve ideeën.

Doe dus de afwas, ga eens wandelen of strijk neer in het gras — want wanneer was de laatste keer dat jij naar de wolken keek?

Bron: tijdwinst.com

Opleidingstip! Pilot training ‘Culturele Diversiteit: Normaal is altijd anders’ goed ontvangen!

Croan heeft in samenwerking met werkbedrijf Rijk van Nijmegen en IBN de training ‘Culturele diversiteit’ ontwikkeld. Speciaal voor werkbedrijven en gemeentes. De training is half november uitgevoerd en erg goed ontvangen.

Doel: effectief begeleiden van kandidaten met een niet-Nederlandse achtergrond naar arbeidsparticipatie.

Wat levert het op voor deelnemers? Dit is wat ze zelf aangeven geleerd te hebben:

Training: Culturele Diversiteit, Pilot

  • Dat Nederlanders ook erg heftig zijn qua communicatie. Daar was ik mezelf niet van bewust. Dat een taalbarrière niet het enige verschil is, dat er ook echt cultuurverschillen zitten.
  • Tijdens de communicatie met een andere cultuur, kunnen er ongeschreven regels zijn over sociale hiërarchie waar ik niet aan gewend ben. Ik heb geleerd dat ik geduldiger met anderen culturen moet zijn en ik moet duidelijk en langzaam spreken(vermijd volks- of straattaal), indien nodig, behandel anderen niet alsof ze het niet begrijpen.
  • Ik heb geleerd anders naar mijn medemens te kijken. Respectvoller, zonder aannames.
  • Ik hoop voor mijn collega ’s dat zij deze training ook mogen volgen, gezien onze doelgroep krijgen we allemaal te maken met kandidaten van verschillende culturele achtergrond. Belangrijk dat wij hen op een respectvolle en daarmee efficiënte manier benaderen.

De komst van grotere aantallen vluchtelingen en de zwakke positie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt hebben ertoe geleid dat in gemeenten een besef van urgentie is ontstaan vluchtelingen sneller en beter te begeleiden naar arbeidsparticipatie. Deze taak wordt veelal belegd bij mens ontwikkelbedrijven en sociale werkvoorzieningen. De begeleiding van deze groep vraagt specifieke vaardigheden om uitval en problemen te voorkomen.

Hoe creëer je veiligheid om precaire punten te bespreken en afspraken te maken? Bij te directe vragen bereik je het tegenovergestelde van wat je wil. Het risico is dat iemand zich terugtrekt en niet meer praat. Hoe ga je het gesprek aan? Welke vragen stel je? Hoe verwelkom je iemand? Staat je deur al open? Afspraak maken? Kopje koffie aanbieden? Praat je eerst over koetjes en kalfjes? Hoe zorg je dat iemand zich comfortabel voelt? Wat kan je wel vragen? Wat kan je niet vragen?

Meer informatie
Vul voor meer informatie over de training ‘Culturele diversiteit’ of het aanvragen van een vrijblijvende offerte het contactformulier op deze pagina in, of bel 040-3685068.

Croan is gecertificeerd voor garantie van kwaliteit en professionaliteit door de volgende instanties:

  

Hoe kun je als sociaal professional cultuursensitief werken?

‘Vraag aan je cliënt of je je schoenen uit moet trekken. Sommige gezinnen vinden dat prettig, anderen maakt het niet uit.’ Medisch antropoloog Cor Hoffer leert medici en welzijnsprofessionals cultuursensitief werken. Hij vindt dat sociaal werkers moeten weten wat de cultuur van hun cliënten is, om goede hulp te kunnen bieden. Tijdens het congres Grip op de Sociale Wijkteams gaf hij een spoedcursus voor wijkteams.

‘De grootste valkuil rondom cultuursensitief werken is om te denken dat cultuur een op een overeenkomt met bevolkingsgroepen, oftewel nationale afkomst. Regio’s hebben ook een cultuur. Beroepen ook. Ik hoorde vandaag al termen zoals transitie, sociaal werk, participatie. Jullie weten waar dat over gaat, omdat het cultuurafhankelijke woorden zijn die horen bij jullie beroepsgroep.’

Geloofsbeleving

Katholieken en protestanten zijn beide christenen. Dezelfde nuances zijn er in de islam. Niet alle moslims belijden op dezelfde manier hun geloof. ‘Ik ken een aantal autochtone psychiaters die de koran lezen. Het is op zich nobel, maar heb niet de illusie dat je er dan ook maar één Marokkaan beter van begrijpt. Iemands geloofsbeleving komt meestal niet uit een boek. Het gros van de moslims heeft hun geloof van horen zeggen.’

Etniciteit

Sociaal werkers zijn soms verlegen om te vragen naar afkomst of religie, omdat ze bang zijn dat ze iemand ermee beledigen of dat ze er te weinig over weten. Toch raadt Hoffer aan wél dat gesprek te voeren. ‘Het culturele interview, een standaard lijst met vragen over iemands achtergrond, opvoeding, religie en etniciteit, kan dat gesprek openen. Als sociaal werker moet je proberen inzicht te krijgen in de leefwereld van je cliënt.’ Bovendien hebben cliënten soms vooral de behoefte om een levensgeschiedenis te vertellen. In dat geval is er alleen al naar vragen voldoende hulp zijn. Helemaal bij oudere migranten, weet Hoffer. ‘Zij worstelen vaak met een terugkeerdilemma of heimwee.’

De vertrouwensrelatie en het open gesprek zijn de kern voor preventieve hulp aan jeugd en opvoeders met diverse culturele achtergronden. Dat betoogt Trees Pels, emeritus hoogleraar pedagogiek. Professionals kunnen op die manier aansluiting vinden met migrantenjongeren. ‘Als je zegt: “Dit is totaal fout wat je denkt”, dan ben je die jongere kwijt.’ Lees meer

Alternatieve geneeskunde

Cliënten hebben een eigen beleving van het probleem en ze gaan op zoek naar manieren om dat probleem op te lossen. Die beleving kan iets anders zijn dan de diagnose van een professional. Een van de plekken waar een cliënt bijvoorbeeld een oplossing kan vinden zijn alternatieve geneeswijzen: homeopathie, acupunctuur, healing of een demoonuitdrijving. ‘Ik zeg wel eens tegen huisartsen dat het zomaar kan dat ze ’s ochtends een patiënt op spreekuur hebben waarbij het medisch advies het ene oor in gaat en het andere oor uit. Terwijl die patiënt ’s avonds naar een duivelsuitdrijver gaat en daar wel heel goed naar luistert.’

Exorcist

Alternatieve geneeswijzen kunnen een flink effect hebben op een behandeling of herstelproces. ‘Ik ben meerdere keren bij een uitdrijvingsritueel geweest waarbij de exorcist zegt dat iemand moet stoppen met zijn medicatie. Aan de andere kant doen die exorcisten vaak meer dan alleen zo’n ritueel. Ze geven emotionele steun of gaan ze mee naar een medisch specialist om te tolken. Regelmatig wijten ze iemands problemen aan het feit dat hij of zij “twijfelachtig in het geloof staat”. Oftewel: ga weer wat regelmatiger leven.’ Kortom: zorg dat je weet wat iemand nog meer aan hulp zoekt.

Beroepsethiek

Cultuursensitief werken betekent volgens Hoffer niet direct dat sociaal werkers al hun waarden over boord moeten gooien. ‘Je hoeft niet akkoord te zijn met vrouwenbesnijdenis omdat het “hun cultuur” is. Het andere uiterste: “Ze moeten zich maar aanpassen”, heeft vaak niet veel zin vanuit je professionele oogpunt.’ Hoffer raadt daarom aan om onderscheid te maken tussen je beroepsethiek en je persoonlijke ethiek. ‘Denk na over wat je bij een cliënt wil bereiken en in hoeverre je je moet aanpassen aan hun leefwereld van jouw cliënt om dat te kunnen bereiken.’

Bron: Zorgwelzijn

Wil je meer weten over culturele diversiteit? Of ervaringen van een andere opdrachtgever lezen?  specifieke tips voor de begeleiding van jouw doelgroep? Lees hier verder.

Ervaringsdeskundige Evi aan het woord: kracht en kwetsbaarheid

Er zijn boeken over geschreven, onderzoeken naar gedaan en lezingen in gegeven. Tevens is het een veel gebruikte zin in de herstelvisie; ‘de kracht van kwetsbaarheid’. Evi zet als ervaringsdeskundige haar persoonlijke herstelervaringen in binnen trainingen. Dit noemt men ook wel eens: ‘werken met je kwetsbaarheid’. Evi: “Alleen is kwetsbaarheid niet iets wat als krachtig wordt gezien in een samenleving waarin presteren hoog in het vaandel staat. Dus wat is er nu eigenlijk zo krachtig aan het werken met kwetsbaarheid?

Een deel van deze kwetsbaarheid beschrijf ik als mijn kwetsuren die ik in de loop van mijn leven heb opgelopen, in combinatie met de gevoeligheid die aangeboren is, wat maakt hoe ik omga met datgene wat ik meemaak.

Ervaringsdeskundige Evi

Zonder diep in te gaan op diagnoses of specifieke ervaringen, kan ik zeggen dat mijn kwetsbaarheid onder ander in mijn manier van denken en voelen zit. En mijn grootste kracht is dat ik in staat ben te onderscheiden waar dit denken en voelen vandaan komt, zodat mijn handelen een keuzeoptie geworden is. Dit is hard werken en vraagt heel bewust leven, iedere dag weer. Binnen trainingen werk ik voornamelijk met hulpverleners, die ik inzicht kan geven in dit denken, voelen en handelen. Dit ter ondersteuning van de mensen met wie zij werken. Ik noem dit ook wel ‘een kijkje onder de motorkap geven.’ Deze motorkap opentrekken en vertellen over mijn binnenwereld voelt kwetsbaar. Iedere keer weer. Dit is krachtig, maar in wat het op kan leveren zit de werkelijke kracht van werken met kwetsbaarheid.

Kwetsbaar zijn hoort bij ons menszijn, toch wordt het vaak bestempeld als zwak, fragile en breekbaar.

Binnen de training en mijn gehele werk als ervaringsdeskundige, maar eigenlijk ook in mijn persoonlijke leven, heb ik gemerkt wat er bij de ander gebeurt wanneer ik me kwetsbaar openstel. Wanneer ik vertel over de dingen waar ik moeite mee ervaar. Dit levert op dat de ander ruimte en veiligheid ervaart hetzelfde te doen. Ongeacht rol of functie. Wanneer de deelnemers in een training dusdanige veiligheid ervaren, daardoor openhartige vragen stellen en zichzelf kwetsbaar open stellen, komt de werkelijke kracht van kwetsbaarheid op tafel. Er ontstaat een klimaat van veiligheid, delen, herkennen, en willen leren. Goed en fout gaat eraf. We zijn namelijk mens. Kwetsbaar zijn hoort bij ons menszijn, toch wordt het vaak bestempeld als zwak, fragile, breekbaar. De onderliggende boodschap in onze taal liegt er niet om. Dit versterkt dat we (onbewust) maar één deel van onszelf laten zien. En daarmee een ander deel van onszelf en de ander ontkennen. Wanneer we elkaar als mens durven te benaderen, is kwetsbaarheid de plek waar we elkaar kunnen ontmoeten. Waarin alle delen er mogen zijn, we in veiligheid kunnen ontdekken, leren, vallen en opstaan. Met al wat we heel goed kunnen, een beetje kunnen, nog niet kunnen of gewoonweg helemaal niet kunnen. Persoonlijk denk ik dat er niets krachtiger is dan dat!”

Wanneer we elkaar als mens durven te benaderen, is kwetsbaarheid de plek waar we elkaar kunnen ontmoeten.

Evi

 

Evi werkt als ervaringsdeskundige voor Croan op de thema’s: verslaving en suicidepreventie.

Naar agressie hoef je niet te luisteren… Toch?!

E-learning Agressie en emotie

Er komt iemand met een klacht bij je. Hij is teleurgesteld en baalt. Ook heeft hij kritiek op de regels. Voor je gevoel reageert hij dit op jou af. Zijn toon bevalt je niet. Dit terwijl jij al zo duidelijk, en zelfs meermalen, hebt uitgelegd wat de regels zijn in dergelijke situaties. Je merkt dat hij zijn stem begint te verheffen en zelf voel je je verontwaardiging toenemen. Jullie komen in een agressie spiraal terecht waarbij de spanning verder oploopt. De ander begint jou nu te beledigen en je kan nog net op tijd je (scheld)woorden inslikken. Nu slaat hij op de tafel, gooit een stoel jouw richting op en stormt de ruimte uit.

Was dit te voorkomen?

Wat is agressie?

Wanneer deelnemers in een agressietraining nadenken over wat agressie is, komen er veel uiteenlopende reacties. Schelden. Aanraken. Dreigend kijken. Verbaal dreigen. Stem verheffen. Over het algemeen wordt agressie sneller gelinkt aan geweld, dan aan een mogelijk positievere betekenis. Het te begrijpen wat er bij de ander gebeurt is het verschil van belang. Het woord agressie stamt oorspronkelijk af van het Latijnse woord aggressus: ergens gericht op af gaan. Veelal wordt ‘agressie’ ingezet om iets voor elkaar te krijgen, als bescherming of overlevingsmechanisme. Of te wel: het heeft een functie.

Wat de een agressie noemt, hoeft voor de ander nog geen agressie te zijn. Hier speelt duidelijk een persoonlijke grens mee. Deze verschilt veelal van de grens die het bedrijf, aan agressie stelt. Het effect is dat er (vaak binnen het team) wisselend met agressie wordt omgegaan. Dit geeft onduidelijkheid bij de ander en werkt ‘shopgedrag’ in de hand: wat ze bij de ene medewerker niet voor elkaar krijgen proberen ze bij de ander. Om deze reden is het belangrijk met elkaar een professionele grens af te spreken.

Verschillende vormen van agressie

Aangezien mensen verschillend reageren is het handig om de verschillende soorten van agressie onder te verdelen. Dit wordt gedaan in het ABCD-model. Dit model is ontwikkeld door de politie Amsterdam. Ze merkten daar dat er een groot verschil was in efficiëntie bij de afhandeling van conflicten tussen verschillende units. Zo kreeg de ene unit een hele straat over de kop met een hoop papierwerk erbij en was een andere unit binnen twintig minuten weer terug op het bureau en was het klaar. Na onderzoek bleek dat de eerste unit zich op de inhoud ging bemoeien en de tweede meer op het gevoel ging zitten. De laatstgenoemde kon de emoties eruit halen waarmee ze het voor elkaar kregen dat situaties minder snel uit de hand liepen.

Grofweg maakt het ABCD-model onderscheid tussen emotie (A/B-gedrag) en agressie (C/D-gedrag). Emotie is te herkennen aan reacties die gericht zijn op: zichzelf (A) of de organisatie (B). Het gaat hierbij om: ‘klagen’/ ‘zeuren’ over de eigen situatie of het beleid en de regels van de organisatie. We gaan ervan uit dat emotie er mag zijn. Iedereen is immers weleens teleurgesteld. Vaak labelen, en behandelen we dit echter als agressie.

Bij agressie gaat het verder. C-gedrag richt zich op de persoon. Hierbij kan je denken aan schelden of persoonlijk worden. Bij D-gedrag gaat het om dreigen of toepassen van geweld.

In het voorbeeld aan het begin zie je de opwaartse agressie spiraal. In eerste instantie is de ander teleurgesteld (A-gedrag) en geeft kritiek op de regels van de organisatie (B-gedrag). Vervolgens loopt dit op naar beledigen (C-gedrag) en het, gericht, gooien met stoelen (D-gedrag).

Omgaan met emotie

Ben je zelf weleens boos en teleurgesteld? Vraag jezelf eens af wat je in zo’n situatie zelf van de ander verwacht. Was de reactie in het voorbeeld te voorkomen?

De valkuil in het voorbeeld is om direct naar de inhoud te gaan, bijvoorbeeld door de regels uit te leggen. Het effect is dat mensen in communicatie opschalen, of letterlijk harder gaan praten, met als doel dat jij ze hoort. Dit zorgt voor onbegrip, aan beide kanten, en vergroot de kans op escalatie. Om deze te verkleinen helpt het om aan het begin aan te sluiten en te luisteren naar de ander. Belangrijk is begrip te tonen voor de situatie en de beleving van de ander: meeveren. Vaak wordt deze stap overgeslagen of onvoldoende effectief ingezet.

Hoe zou jij het doen?

Leren doe je van én met elkaar. Daarom zijn we ook erg benieuwd naar jouw ervaringen. Welke verschillende vormen van emotie en agressie kom je tegen? Hoe ga je daar mee om? Welke tips zou jij willen delen?

Wil je meer leren over hoe jij of je team met agressie om kunt gaan? We komen graag met je in contact om mee te denken. Neem vrijblijvend contact op.

Werkende Nederlander gaat in 2020 extra in zichzelf investeren

Bijna vier op de tien werkende Nederlanders wil in 2020 een cursus, training of opleiding volgen. Dat blijkt uit het grote nieuwjaarsonderzoek van BeFrank. Verder ambieert bijna een kwart van de werkende Nederlanders het komende jaar een betere balans tussen werk en privé.

Opvallend is ook dat een vijfde van de ondervraagden van plan is gezonder te leven op het werk. Dit voornemen weegt zelfs iets zwaarder dan het krijgen van een salarisverhoging.

Het valt op dat het volgen van een cursus, training of opleiding niet bij een goed voornemen blijft. Ruim 80 procent acht de kans hoog tot zeer hoog dat ze hun voornemen voor 2020 ook feitelijk omzetten in nieuwe kennis en vaardigheden. “Dat ook dit jaar uit het onderzoek blijkt dat werknemers hun positie willen verstevigen met een cursus of training, is een goed teken. We worden steeds ouder en de AOW-leeftijd stijgt. Wij stimuleren mensen om fit met pensioen te gaan. ‘Een leven lang leren’ draagt daar aan bij,” aldus commercieel directeur Jan Hein Rhebergen. “Het is goed om te zien dat mensen ervaren dat hun werk extra interessant wordt en nieuwe carrièrekansen dichterbij komen wanneer u uzelf blijft ontwikkelen.”
Meer dan een kwart kiest voor een opleiding via het werk. Ruim een tiende wil in extra kennis en vaardigheden investeren buiten het werk om. Mannen en vrouwen hebben in gelijke verhouding dit voornemen. Anders ligt dat bij de wens promotie te maken. Daarbij gaat 15,3 procent van de mannen voor een upgrade, tegen 9,4 procent van de vrouwen. Vrouwen scoren daarentegen net iets hoger dan mannen wat betreft wensen op het sociale vlak.

Trends
Verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt staat nog steeds hoog op de agenda in 2020. Idem een betere balans tussen werk en privé. BeFrank bracht in kaart hoe werkend Nederland zijn carrière in 2020 ziet. Gezonder leven op het werk (twintig procent), minder overwerken (14,7 procent), vaker leuke dingen ondernemen met collega’s (veertien procent) en een nieuwe baan vinden (8,3 procent) zijn wensen voor 2020. Was vorig jaar nog elf procent van plan meerdere banen te combineren, voor 2020 is dat gezakt naar 5,4 procent.

Thuiswerken
Ruim een derde van de ondervraagden (34,1 procent) werkte in 2019 deels thuis en wil dat ook in 2020 blijven doen. Tegenover 47,6 procent die daar niet over piekert. De overige 15,8 procent werkt nog niet thuis, maar zou dat wel heel graag willen. Binnen de groep van huishoudens met (tiener-)kinderen, werkt maar liefst 47,1 procent deels thuis en wil dat ook zo houden in 2020. Ter vergelijking: bij éénpersoonshuishoudens werkt slechts 27 procent deels thuis. Echter, bij die groep leeft de wens dat in 2020 te veranderen het sterkst: 19,5 procent zou volgend jaar meerdere uren thuis willen werken. Ingezoomd op het opleidingsniveau werkt bijna de helft (49,4 procent) van de hoogopgeleiden deels thuis tegen 16,8 procent van de laagopgeleiden. In hoeverre de werkzaamheden alleen op het werk kunnen worden uitgevoerd is niet gespecificeerd.

Vrijwilligerswerk
Miljoenen mensen in Nederland zijn actief als vrijwilliger. Op scholen, sportvelden, voor een religieuze instelling of in de eigen buurt. Zonder vrijwilligers zou Nederland piepend en krakend tot stilstand komen. Het nieuwjaarsonderzoek toont opnieuw aan dat massa’s mensen zich inzetten voor een ander. Bijna een kwart (23,1 procent) doet al vrijwilligerswerk na werktijd en wil dat in 2020 voortzetten. Zij kunnen zich hopelijk verheugen op extra versterking, want 14,5 procent van de geënquêteerden zou graag in 2020 met vrijwilligerswerk starten.

Werk en pensioen
Minder dan een vijfde van de werknemers weet precies hoeveel hij of zij te besteden heeft na pensionering. Terwijl bijna een derde van hen geen flauw benul heeft hoe de financiën er dan uitzien. Gekeken naar de leeftijd hebben vooral de jongste werknemers geen idee van hun pensioensituatie (72 procent) terwijl van de 60-plussers slechts 22,7 procent niet weet hoe ze er voorstaat.

Duurzaam ondernemen
Werknemers zijn voorstander van duurzaam ondernemen, zowel op sociaal, economisch als ecologisch gebied. De meerderheid (53,6 procent) vindt het belangrijk dat hun organisatie duurzaam is. Tegelijkertijd zegt nog altijd 21 procent daar geen waarde aan te hechten. En niet alleen millennials. Uit dit onderzoek blijkt zelfs dat 50-plussers iets meer belangstelling hebben (57,5 procent) dan jongeren (49,4 procent) voor duurzaam ondernemen. Opmerkelijk is het hoge percentage dat antwoordt met ‘weet niet/geen mening’ zodra er ingezoomd wordt. Op de vraag: ‘Onze organisatie gaat in 2020 duurzame toepassingen doorvoeren, geeft 45 procent aan het niet te weten/geen mening te hebben. Bij geen enkele andere vraag was de score zo hoog. “Ons valt op dat bedrijven steeds bewuster omgaan met duurzaamheid. Ook tijdens gesprekken over de pensioenregeling is het steeds vaker een thema. Door de pensioengelden steeds duurzamer te beleggen bijvoorbeeld. En door de resterende CO2-uitstoot te compenseren. Zo dragen we een beetje bij aan een duurzame toekomst,” aldus Rhebergen.

Economie
Wat betreft de economie is een minderheid positief gestemd. Slechts 12,3 procent denkt dat 2020 een nog beter jaar wordt. Onder 60-plussers is deze verwachting het laagst: een derde rekent niet op verbetering voor 2020. Mannen zijn hierbij positiever gestemd dan vrouwen. Wat ook opvalt is dat maar liefst zeventien procent zegt zeker te weten dat hun koopkracht stijgt, terwijl slechts 12,3 procent zeker weet dat de economie verder groeit. Kennelijk is men positiever gestemd over de eigen situatie dan de situatie als geheel. Het zijn de werknemers in de leeftijd 30-39 die zeker op een koopkrachtstijging rekenen. Onder 60-plussers houdt slechts elf procent rekening met extra koopkracht in 2020.
“Ik ben blij met de uitkomsten van dit onderzoek. De verschuivingen zijn vergeleken met vorig jaar gering,” aldus Rhebergen, “maar als u vijf jaar terugkijkt, dan zijn de verschillen enorm. Flexibeler werken, aandacht voor gezondheid en voor elkaar en voor duurzaamheid komen steeds hoger op de agenda te staan. Ontwikkelingen die we alleen maar kunnen toejuichen en waarmee we het jaar 2020 met veel enthousiasme tegemoet treden.”

Bron: managersonline

Inspiratie opdoen? 

Croan heeft tal van interessante e-learnings en praktijktrainingen. Meer informatie? We kijken graag met je verder welke stappen jij kan zetten.

 

Time Management & Personal Organization

On Tuesdays 4th and 18th of July the course Time Management & Personal Organization was given to ENTER employees.

ENTER

For this course, the main audience was people who wanted to gain insights on methods and tools to be able to plan tasks and stick to it.

We ended up with a nice diverse group of colleagues working with various clients. This spread of experience and backgrounds always leads to interesting discussions because the entire group gets a broader perspective on various working environments. To be honest, it was quite a talkative group. Especially during the second/last session, Suzan (the consultant providing the course) had to skip at least one exercise to be able to finish on time (reduce scope to meet deadlines -> also big part of time management).

The course was divided in two sessions. The first one started with a introduction and explanation of the two evenings (including a “Get to know Bingo”. A Candan board was used by Suzan to provide a “ToDo, Doing and Done” overview during the course.

A number of slides and some theory later, the first exercise started. For this, we used Lego blocks to grade one’s activities on an average day on importance.

This was a nice introduction to a main message of the course; Time management is very closely related to one’s values. In almost all professions, priorities need to be selected. One’s values have a huge impact on that priority setting, which overall drives one’s planning.

After some more exercises and theory about values, we arrived at the subject “Planning” and categorizing tasks. An exercise followed about planning and the priority matrix.

The second evening for the Time management course was in general more focused on tools and evaluation of one’s own behavior. One exercise that was really interesting and fun was one where you would need to choose which character profile suited the most (e.g. procrastinator, grasshopper, perfectionist, doubter etc. etc.). This followed by a list of questions about that profile that were discussed with the entire group. This led to a lot of fun in the group due to excessive stereotyping based on the chosen profiles.

Next up we discussed how to use the available energy most efficiently and how to deal with procrastination. Some interesting discussion arose about the use of energy, which made it more clear that there is no “one size fits all” solution to time management. It is very much related to one’s character, values and preferences.

“Closure”: Doing -> Done

Je ideeën presenteren

Stel je voor dat je over een jaar op een podium staat. Misschien op het werk, of tijdens een TEDtalk of iets anders. Je presentatie is heel goed verlopen en je ontvangt veel positieve feedback van mensen in het publiek. Hoe zou dat voelen? Opgelucht? Gelukkig? Succesvol?

Om dit te bereiken, kan de cursus ‘Presenteren van je ideeën’ je helpen aan je presentatievaardigheden te werken en je in staat stellen om een ​​geweldige presentatie te geven. Onlangs vond de cursus plaats. Dit keer met een kleine groep van slechts vijf deelnemers. Dit bleek een groot voordeel, want dit zorgde voor voldoende tijd voor persoonlijke aandacht.

De eerste avond was gevuld met oefeningen en theorie, elkaar afwisselend. Deze varieerden van verschillende benaderingen tot presenteren tot het leveren van een presentatie ter plaatse bij enkele dia’s die door de trainer werden meegebracht. De hele avond werd afgewisseld met momenten om persoonlijke doelen te bereiken, terwijl de trainer de deelnemers uitdaagde om deze doelen voor zichzelf te vinden. De theorie die de trainer door nam was interessant. Het werd op een to-the-point manier uitgelegd, met voorbeelden waar nodig.

Op de tweede avond werd de projector helemaal niet gebruikt. In plaats daarvan was een acteur aanwezig en had elk van de deelnemers een presentatie voorbereid om de theorie vanaf de eerste avond mee te oefenen. Na enkele opwarmoefeningen kreeg elke deelnemer de beurt om hun presentatie te geven. De presentator had de gelegenheid om de acteur (evenals de rest van het publiek) te vertellen wat voor soort publiek ze moesten nabootsen, waardoor elke deelnemer echt aan zijn persoonlijke doelen kon werken. Na elke presentatie werd feedback gegeven, meestal op basis van de persoonlijke doelen die eerder werden gedeeld.

De training was erg interessant en had ik veel take-aways van deze cursus. Ik zou deze training zeker aanbevelen aan al mijn ENTER collega’s!

Manufacturing Engineer @ Philips Healthcare

Meer informatie
Vul voor meer informatie over de training ‘presenteer je ideeën’ of het aanvragen van een vrijblijvende offerte het contactformulier op deze pagina in, of bel 040-3685068.

 

Vertaald uit het Engels. Originele tekst:

Presenting your ideas

Imagine yourself on a stage one year from now. Maybe at work, or doing a TEDtalk, or anything else. Your presentation went really well, and you receive a lot of positive feedback from people in the audience. How would that feel? Relieved? Happy? Successful?

To achieve this, the course Presenting Your Ideas can help you work on your presenting skills and enable you to give a killer presentation. Recently the course took place, and this time with a small group of only five participants. This turned out to be a big advantage, as this ensured plenty of time for personal attention.

The first night was filled with exercises and theory, alternating each other. These varied from different approaches to presenting to delivering an on the spot presentation accompanying some slides that were brought by the trainer. The entire night was interspersed with moments to address personal goals, as the trainer challenged the participants to find these goals for themselves. The theory that the trainer went over was interesting. It was explained in a to-the-point manner, with examples where needed.

On the second night, the projector was not used at all. Instead, an actor was present and each of the participants had prepared a presentation to practice the theory from the first night with. After some warm-up exercises, each participant got a turn to give their presentation. The presenter had the opportunity to tell the actor (as well as the rest of the audience) what kind of audience they had to impersonate, which really allowed each participant to work on their personal goals. Feedback was given after each presentation, mostly based on the personal goals that were shared earlier.

Overall, the training was very interesting and I had plenty of take-aways from this course. I would definitely recommend this training to all my ENTER colleagues!

Manufacturing Engineer @ Philips Healthcare

ENTER

Sociaal werker ziet en bespreekt problematisch drinken eerder

 

Wijkteammedewerkers spreken sneller met cliënten als ze vermoeden dat er sprake is van problematisch alcoholgebruik. Een recente inventarisatie laat zien dat het nu beter gaat met de preventie en signalering van alcoholproblematiek.

In 2015 vonden sociaal werkers – in het bijzonder wijkteammedewerkers – het nog een stuk lastiger om problematisch alcoholgebruik bespreekbaar te maken bij hun cliënten. Structurele samenwerking met de verslavingszorg kwam nauwelijks van de grond. Nu zien we dat het beter gaat. Sociaal werkers brengen alcoholgebruik ter sprake, zijn deskundiger op het gebied van problematisch alcoholgebruik en werken actief samen met professionals in de verslavingszorg. Dit blijkt uit de resultaten van onze online enquête die zijn gepubliceerd in het Vakblad Sociaal Werk. In totaal hebben 236 sociaal werkers de enquête ingevuld.

Alcoholgebruik vaak bespreekbaar  

Sociaal werkers die individueel met cliënten of in gezinnen werken, brengen alcoholgebruik vaak ter sprake. 35% doet dit bij (bijna) iedereen, 24% bij meer dan de helft, en 26% bij minder dan de helft van de cliënten. Slechts 16% bespreekt het bij (vrijwel) niemand. Driekwart van de sociaal werkers (74%) brengt het onderwerp ter sprake als hun cliënten problemen hebben die kunnen samenhangen met alcoholmisbruik, zoals schuld, geweld of overlast. Ook signalen van problematisch alcoholgebruik, zoals een alcoholgeur of dronkenschap, zijn aanleiding om te vragen naar het alcoholgebruik van de cliënt. 67% van de sociaal werkers doet dit. Sociaal werkers wegen goed af hoe, en of, ze ernaar vragen. Zeker als er een vertrouwensband is met een cliënt.

Knelpunten en aanbevelingen

De sociaal werkers kaartten een aantal knelpunten aan. Ze zien dat cliënten het vaak lastig vinden om het probleem te erkennen en dat het vertrouwen in de verslavingszorg laag is (door lange wachttijden, weinig aandacht voor mentale problemen en zingeving en weinig nazorg). Sociaal werkers vinden het normaal om naar het alcoholgebruik van hun cliënten te vragen, maar soms schieten de kennis en vaardigheid tekort en loopt de samenwerking met de verslavingszorg nog niet optimaal. De onderzoekers pleiten er daarom voor om verder te investeren in structurele samenwerking met de verslavingszorg en om deskundigheidsbevordering op dit thema een vast onderdeel te maken van scholingstrajecten voor sociaal werkers.

Bron: Artikel in het Vakblad Sociaal Werk ‘Sociaal werker helpt mee alcoholproblematiek terug te dringen’

Zelf alcoholproblematiek bespreekbaar maken? 

Wil je meer weten over hoe je zelf alcoholproblematiek bespreekbaar maakt? Neem vrijblijvend contact op om de mogelijkheden te bespreken. Of kijk hier voor een training over verslaving. 

Hoe herken je een licht verstandelijke beperking?

‘Mensen die een licht verstandelijke beperking hebben weten dit vaak goed te verbloemen.’ Dat zegt GZ-psycholoog Femke Jonker. Bijvoorbeeld omdat ze erbij willen horen of zich schamen. Toch zijn er signalen waar je op kunt letten om te achterhalen of iemand misschien een licht verstandelijke beperking heeft. Jonker: ‘Bijvoorbeeld wanneer mensen woorden net niet helemaal goed gebruiken, spreekwoorden verbasteren, niet op afspraken komen of net doen wat je vraagt. Niet uit onwil, maar bijvoorbeeld uit onkunde.’  Dat laatste is volgens Jonker ook direct een reden om altijd alert te zijn en je af te blijven vragen of een cliënt misschien een licht verstandelijke beperking heeft. ‘Je loopt het risico dat je mensen ander een verkeerd label geeft, zoals een persoonlijkheidsstoornis, of niet de juiste begeleiding kunt bieden.’

Meer weten? Of een training volgen? Klik hier