Waarom klassieke rollenspellen vaak averechts werken
- “Ja, maar in het echt is het toch anders.”
- “Ik hou niet van toneelstukjes.”
- “Rollenspellen zijn niks voor mij.”
We horen het regelmatig in trainingen. En eerlijk is eerlijk: deze deelnemers hebben vaak gewoon gelijk.
Niet omdat oefenen niet belangrijk is. Integendeel. Gedrag ontwikkel je niet door er alleen over te praten. Gedrag ontwikkel je door het te doen. Door spanning te voelen. Door te merken wat jouw woorden doen met de ander. Door te ervaren wat er gebeurt als je luistert, samenvat, doorvraagt, begrenst, vertraagt of juist duidelijk positie inneemt.
Maar dat betekent niet automatisch dat ieder rollenspel effectief is. Sterker nog: veel traditionele rollenspellen roepen precies het tegenovergestelde op van wat je wilt bereiken.
Waarom het in de praktijk vaak anders uitpakt
Meestal wordt er geoefend met een herkenbare casus van de deelnemer zelf. De deelnemer blijft zichzelf. De acteur speelt bijvoorbeeld de cliënt, medewerker, ouder, collega of gesprekspartner met wie het in de praktijk schuurt. Op papier klinkt dat logisch. Toch ontstaat er in de uitvoering vaak iets onnatuurlijks.
Iedereen weet dat het “nu begint”. De deelnemer zit voor de groep. De acteur zit klaar. De trainer kijkt mee. De groep kijkt mee. En ergens achterin denkt iemand opgelucht: gelukkig ben ik niet aan de beurt.
Dat doet iets met mensen.
Wanneer oefenen verandert in presteren
Mensen reageren vaak niet zoals ze in hun dagelijkse praktijk reageren. Ze worden voorzichtiger, netter, verstandiger of juist wat lacherig. Ze gaan gedrag laten zien waarvan ze vermoeden dat het gewenst is. De deelnemer denkt: wat was ook alweer de goede interventie? Of: hoe laat ik zien dat ik dit kan?
En precies daar gaat het mis.
Want hoe meer iemand bezig is met presteren, hoe minder ruimte er is voor natuurlijk gedrag. De oefening komt dan verder af te staan van de werkelijkheid. De spanning voelt kunstmatig. De reactie voelt minder autonoom. En het leerrendement neemt af.
Niet omdat mensen niet willen leren. Maar omdat de oefenvorm onvoldoende lijkt op de praktijk waarin zij het gedrag straks moeten laten zien.
De praktijk houdt zich niet aan het script
En die praktijk is zelden netjes afgebakend.
Een cliënt kondigt zijn weerstand niet aan met: “Let op, ik ga nu lastig gedrag vertonen.” Een medewerker zegt niet: “Dit is het moment waarop jij motiverende gespreksvoering mag toepassen.” Een collega die over je grens gaat, wacht niet tot jij comfortabel in je leerstand zit.
Gedrag gebeurt in het moment. Vaak onverwacht. Vaak ongemakkelijk. En meestal nét anders dan je had bedacht.
Wat maakt een oefenvorm wél effectief?
Daarom geloven wij bij Croan niet in klassieke rollenspellen als verplicht kunstje. Niet in: “Wie wil er even oefenen?” gevolgd door een stilte waarin zelfs de flip-over zijn adem inhoudt. Niet in oefenen als optreden voor de groep.
Maar we geloven wél heel sterk in ervaringsgericht leren. Sterker nog: er gaat niets boven het werken met een professionele trainingsacteur. Mits dat gebeurt binnen een effectieve werkvorm met acteur: veilig, realistisch, laagdrempelig en dicht bij de dagelijkse praktijk van deelnemers.
Want een effectieve werkvorm met acteur maakt gedrag zichtbaar, voelbaar en herkenbaar. Niet door een scène op te voeren vóór de groep, maar door de praktijk de trainingsruimte in te brengen op een manier waarop deelnemers kunnen kijken, reageren, onderzoeken, bijsturen en oefenen zonder meteen te hoeven presteren.
Daarvoor zijn drie dingen nodig:
Realisme
Hoe dichter het gedrag bij de dagelijkse praktijk van deelnemers ligt, hoe groter de kans dat het leren beklijft. Mensen moeten zichzelf herkennen in de situatie. Niet denken: leuk bedacht, maar: o ja, dit gebeurt bij ons dus ook.
Veiligheid
Leren vraagt om experimenteren. Mensen moeten fouten mogen maken, mogen zoeken, mogen observeren en soms gewoon even mogen denken: ik weet het nog niet. Pas als de druk zakt, ontstaat ruimte om echt te leren.
Ervaring
Gedrag ontwikkel je niet door ernaar te kijken. Gedrag ontwikkel je door het te ervaren. Door te merken wat jouw toon doet. Door te voelen wat er gebeurt als je te snel adviseert. Door direct feedback te krijgen op je handelen. En door opnieuw te proberen.
Vanuit die gedachte ontwikkelde Croan ruim vijf jaar geleden een eigen werkvorm: LOTS – Learning On The Spot.
Learning On The Spot: leren in het moment
LOTS is onze manier van leren in het moment met een professionele trainingsacteur. Geen klassiek rollenspel waarin één deelnemer naar voren moet om “even een gesprek te doen”. Geen lange acteursinstructie die eerst met de hele groep besproken moet worden. Geen oefening waarbij iedereen vanaf het begin weet: nu begint het toneelstuk.
LOTS werkt anders.
Voorafgaand aan de training verzamelen we praktijkcasuïstiek en leerwensen. Trainer en acteur filteren samen welk gedrag daarin centraal staat.
- Waar schuurt het?
- Welke dynamiek komt vaak terug?
- Waar lopen deelnemers op vast?
- Wat vraagt het thema van de training?
Daardoor kunnen we in de training direct aan de slag met herkenbare praktijksituaties en echte casuïstiek. De acteur hoeft niet uitgebreid geïntroduceerd te worden als ‘de boze cliënt’ of ‘de lastige medewerker’. De acteur kan tijdens de training als het ware aan en uit staan.
Wanneer gedrag ineens zichtbaar wordt
Wanneer de acteur ‘uit’ staat, is hij of zij gewoon aanwezig in de groep of aan de zijkant van het leerproces. Wanneer de acteur ‘aan’ staat, kan er gedrag ontstaan dat aansluit bij het thema van de training. Dat kan tijdens een werkvorm zijn. Tijdens een groepsgesprek. Tijdens uitleg van de trainer. Of precies op een moment waarop in de praktijk ook spanning zou ontstaan: onverwacht, subtiel en herkenbaar.
- Bij een training over omgaan met agressie kan de acteur bijvoorbeeld geïrriteerd reageren op een opmerking.
- Bij een training over aanspreekcultuur kan de acteur ontwijkend gedrag laten zien.
- Bij motiverende gespreksvoering kan de acteur “ja” zeggen, maar ondertussen geen enkele beweging maken.
- Bij leidinggeven kan de acteur weerstand, afhankelijkheid of passiviteit oproepen.
- Bij sociale veiligheid kan er een ongemakkelijke opmerking ontstaan waar de groep iets van vindt, maar niet meteen iets mee durft.
En dan gebeurt het leren precies daar waar het hoort: in het moment. Deelnemers kiezen zelf of ze reageren of observeren. Dat is een belangrijk verschil met klassieke rollenspellen. Niemand wordt voor het blok gezet. Niemand hoeft meteen “op”. Deelnemers mogen kijken, voelen wat er gebeurt, meedenken, de situatie stopzetten, de acteur bijsturen of zelf een interventie proberen.
De groep wordt mede-regisseur van het leerproces
Onze acteurs zijn uiteraard zo getraind dat ze op een laagdrempelige manier dynamiek en reactie oproepen. Niet om deelnemers klem te zetten, maar om herkenbaar gedrag zichtbaar te maken. Soms heel klein. Soms met humor. Soms ongemakkelijk precies genoeg om te denken: ja, dit is dus wat er in het echt ook gebeurt.
Soms belandt zelfs de trainer even in een onhandige dynamiek met de acteur. Niet als trucje, maar als leermoment. De acteur reageert bijvoorbeeld net wat kritisch, ontwijkend of dominant. De trainer loopt daar zichtbaar tegenaan. En voor je het weet, gaan deelnemers automatisch helpen.
- “Misschien moet je eerst erkenning geven.”
- “Volgens mij werkt deze vraag averechts.”
- “Stop, probeer eens minder uit te leggen.”
- “Hij wordt juist bozer omdat je te snel naar de oplossing gaat.”
- “Volgens mij moet je nu begrenzen.”
Daar zit de kracht van LOTS.
De groep wordt mede-regisseur van het leerproces. Deelnemers oefenen niet een script, maar onderzoeken gedrag. Ze zien wat er gebeurt, proberen invloed uit en ervaren direct het effect. Werkt een interventie? Dan voel je dat meteen. Werkt het niet? Dan ook. En vaak is juist dát het moment waarop het kwartje valt.
Want LOTS maakt zichtbaar dat gedrag zelden draait om de perfecte zin. Het gaat om timing, toon, houding, intentie en contact. Een zin kan technisch kloppen en toch verkeerd landen. Een goedbedoeld advies kan weerstand oproepen. Een open vraag kan stiekem toch een verkapt oordeel zijn. En een duidelijke grens kan, verrassend genoeg, juist ontspanning brengen.
Learning On The Spot: leren waar gedrag ontstaat
Dat leer je niet uit een model alleen. Dat leer je door het te ervaren.
LOTS verlaagt de drempel omdat deelnemers zelf mogen kiezen hoe actief ze instappen. Reageren mag. Observeren mag. Bijsturen mag. Even niets weten mag ook. Daardoor ontstaat veiligheid. En juist doordat de veiligheid groter wordt, durven deelnemers eerlijker te kijken naar hun eigen gedrag.
Daarbij verhoogt LOTS het plezier. En dat is geen bijzaak. Plezier zorgt voor ontspanning, en ontspanning zorgt voor leervermogen. Wanneer deelnemers kunnen lachen om herkenbare situaties, ontstaat ruimte voor reflectie.
- Dan zegt iemand ineens: “O ja, dit doe ik dus ook.”
- Of: “Ik dacht dat ik duidelijk was, maar ik geef eigenlijk een soort mistige PowerPoint zonder slides.”
- Of: “Ik stel zogenaamd een open vraag, maar mijn advies staat al met jas en schoenen in de gang.”
Dat soort inzichten blijven hangen.
Waarom LOTS vaak meer leerrendement oplevert
LOTS levert vaak meer leerrendement op omdat de oefenvorm dichter bij de praktijk blijft. De situaties voelen realistischer. Deelnemers blijven meer zichzelf. De betrokkenheid is groter. De vertaalslag naar de werkvloer wordt makkelijker. En dat is uiteindelijk waar gedragsontwikkeling om draait. Niet om wat iemand tijdens een training keurig laat zien, maar om wat er daarna verandert in de praktijk.
Bij Croan geloven we daarom dat leren pas echt impact maakt wanneer mensen het voelen, ervaren en oefenen in situaties die herkenbaar zijn voor hun dagelijkse werk. Niet veilig óf realistisch, maar allebei. Veilig genoeg om fouten te maken. Realistisch genoeg om er echt van te leren.
Precies daarvoor is Learning On The Spot ontwikkeld. Want complex gedrag vraagt geen standaardoplossing. Het vraagt maatwerk. Echte casussen. Professionele begeleiding. Een acteur die dynamiek oproept. Een trainer die veiligheid bewaakt. En een groep die stap voor stap ontdekt wat werkt.
Het vraagt, zoals wij bij Croan graag zeggen, nét iets anders. En natuurlijk mag een ouderwets rollenspel wel – wanneer het ijs gebroken is – als een deelnemer uiteindelijk specifiek vraagt: “Mag ik nu eens een gesprek oefenen?”



