Waarom klassieke rollenspellen vaak averechts werken
- “Ja, maar in het echt is het toch anders.”
- “Ik hou niet van toneelstukjes.”
- “Rollenspellen zijn niks voor mij.”
We horen het regelmatig in trainingen. En eerlijk gezegd hebben deelnemers vaak een punt.
Niet omdat oefenen onbelangrijk is. Integendeel. Gedrag ontwikkel je niet door er alleen over te praten. Je ontwikkelt het door aan den lijve te ervaren wat jouw woorden, houding en gedrag doen met de ander. Door te merken wat er gebeurt als je luistert, begrenst, vertraagt of juist positie inneemt.
Maar dat betekent niet dat iedere oefenvorm automatisch effectief is.
Waar klassieke rollenspellen vaak op vastlopen
In een traditioneel rollenspel oefent een deelnemer een herkenbare praktijksituatie met een trainingsacteur. De deelnemer blijft zichzelf. De acteur speelt bijvoorbeeld een cliënt, collega, medewerker of ouder.
Op papier klinkt dat logisch. In de praktijk gebeurt er vaak iets onnatuurlijks.
Iedereen weet dat het ‘nu begint’. De deelnemer zit voor de groep. De acteur zit klaar. De trainer kijkt mee. De groep kijkt mee. Daardoor verschuift de aandacht ongemerkt van leren naar presteren.
Mensen reageren niet meer zoals ze normaal zouden doen. Ze worden voorzichtiger, netter, verstandiger of juist wat lacherig. Ze gaan gedrag laten zien waarvan ze vermoeden dat het gewenst is. Het gesprek voelt daardoor minder natuurlijk en minder vergelijkbaar met de praktijk.
Dat is precies waarom deelnemers na afloop regelmatig zeggen: “In het echt gaat het toch anders.”
Wat maakt een oefenvorm wél effectief?
Een effectieve werkvorm maakt gedrag zichtbaar, voelbaar en herkenbaar. Niet door een scène op te voeren vóór de groep, maar door de praktijk de trainingsruimte binnen te halen.
Daarvoor zijn drie dingen nodig:
Realisme
Mensen moeten zichzelf herkennen in de situatie. Niet denken: leuk bedacht, maar: o ja, dit gebeurt bij ons dus ook.
Veiligheid
Leren vraagt ruimte om te experimenteren. Om fouten te maken, te twijfelen, te observeren en soms even niet te weten wat je moet doen. Pas als de druk afneemt, ontstaat ruimte om echt te leren.
Ervaring
Gedrag ontwikkel je niet door ernaar te kijken. je ontwikkelt het door te ervaren. Door te merken wat jouw toon doet. Door direct feedback te krijgen op je handelen. En door opnieuw te proberen.
Vanuit die gedachte ontwikkelde Croan ruim vijf jaar geleden een eigen werkvorm: LOTS, kortweg Learning On The Spot.
Learning On The Spot: leren in het moment
LOTS is een werkvorm waarbij een professionele trainingsacteur onderdeel is van de groep. Vooraf verzamelen we praktijkcasuïstiek en leerwensen. Trainer en acteur filteren samen welk gedrag daarin centraal staat.
Welke dynamiek komt vaak terug? Waar lopen deelnemers op vast? Wat vraagt het thema van de training? Daardoor kunnen we in de training direct aan de slag met herkenbare praktijksituaties en echte casuïstiek.
De acteur hoeft vervolgens niet steeds geïntroduceerd te worden als ‘de boze cliënt’ of ‘de lastige medewerker’. De acteur kan tijdens de training als het ware ‘aan’ en ‘uit’ staan.
Wat gebeurt er tijdens een LOTS-sessie?
Wanneer de acteur ‘uit’ staat, is hij of zij gewoon aanwezig in de groep of aan de zijkant van het leerproces. Wanneer de acteur ‘aan’ staat, kan er gedrag ontstaan dat aansluit bij het thema van de training.
Dat kan tijdens een werkvorm zijn. Tijdens een groepsgesprek. Tijdens uitleg van de trainer. Of precies op een moment waarop in de praktijk ook spanning zou ontstaan: onverwacht, subtiel en herkenbaar.
Bij een training over omgaan met agressie kan de acteur bijvoorbeeld geïrriteerd reageren op een opmerking.
Bij een training over aanspreekcultuur kan de acteur ontwijkend gedrag laten zien.
Bij motiverende gespreksvoering kan de acteur “ja” zeggen, maar ondertussen geen enkele beweging maken.
Bij leidinggeven kan de acteur weerstand, afhankelijkheid of passiviteit oproepen.
Bij sociale veiligheid kan er een ongemakkelijke opmerking ontstaan waar de groep iets van vindt, maar niet meteen iets mee durft.
En dan gebeurt het leren precies daar waar het hoort: in het moment.
Deelnemers mogen reageren, observeren, meedenken, de situatie stopzetten of zelf een interventie uitproberen. Niemand wordt voor het blok gezet. Niemand hoeft direct voor de groep te presteren.
Dat maakt een groot verschil.
Waarom LOTS vaak meer leerrendement oplevert
LOTS levert vaak meer leerrendement op omdat de oefenvorm dichter bij de dagelijkse praktijk blijft. De situaties voelen realistischer. Deelnemers blijven meer zichzelf. De betrokkenheid is groter en de vertaalslag naar de werkvloer wordt makkelijker.
Daarnaast verlaagt LOTS de drempel om mee te doen. Deelnemers bepalen zelf hoe actief ze instappen. Observeren mag. Reageren mag. Oefenen mag. Even niet weten wat je moet doen mag ook. Daardoor ontstaat veiligheid. En juist vanuit die veiligheid durven mensen eerlijker naar hun eigen gedrag te kijken.
Ook plezier speelt daarin een rol. Wanneer deelnemers kunnen lachen om herkenbare situaties, ontstaat ruimte voor reflectie. Dan vallen kwartjes.
“O ja, dit doe ik dus ook.”
Of: “Ik dacht dat ik duidelijk was, maar eigenlijk ben ik helemaal niet zo duidelijk.”
Dat zijn de momenten die blijven hangen. Bij Croan geloven we daarom dat leren pas echt impact maakt wanneer mensen het kunnen voelen, ervaren en oefenen in situaties die herkenbaar zijn voor hun dagelijkse werk.
Veilig genoeg om fouten te maken. Realistisch genoeg om er echt van te leren. Precies daarvoor is Learning On The Spot ontwikkeld.



